De kinderen (en volwassenen) krijgen een volledig onderzoek door onze orthoptist, Caroline Schuijt.

Het onderzoek is inclusief refractiebepaling (oogsterkte) met behulp van oogdruppels (Cyclogyl of Atropine). Voor of na het orthoptisch onderzoek vindt een oogheelkundig onderzoek door de oogarts plaats.

Orthoptie wil zeggen "recht kijken". Een goede samenwerking tussen de ogen is de basis voor een rechte oogstand. Door een rechte oogstand kunnen beide ogen zich zo goed mogelijk ontwikkelen.

Een prisma is een glas dat aan de ene kant, de basis, dikker is dan aan de andere kant, de top. De stralen die door het prisma vallen, worden naar de basis afgebogen. Dit veroorzaakt een verschuiving van het beeld. Prisma's worden voornamelijk bij volwassenen voorgeschreven.

Prisma's worden voorgeschreven bij:

Hoofdpijnklachten door verborgen scheelzien (heteroforie). Als de samenwerking niet goed genoeg is om comfortabel te kunnen zien, kan een prisma voor verbetering zorgen.

Bij een verborgen verticaal of binnenwaarts scheelzien wordt sneller een prisma gegeven dan bij buitenwaarts scheelzien. Bij deze laatste afwijking kunnen oogspieroefeningen het probleem vaak opheffen.

Dubbelzien kan soms met een prisma verholpen worden. Indien het dubbelbeeld ver uit elkaar staat, gebruikt men een fresnelprisma, een kunststof-folie die op de bril geplakt wordt. Dit laatste prisma gebruikt men vooral als het dubbelzien van tijdelijke aard is.

Ziekte van Menière

Bij de ziekte van Menière heeft de patiënt last van aanvallen van duizeligheid. De manier van voorschrijven van prisma's gebeurt aan de hand van de loopproef. Bij een positieve loopproef kunnen zwakke prisma's in de bril een vermindering van de klachten geven.

 

Oogpleisters worden gebruikt om een lui oog te voorkomen of te genezen en om het samenzien van de ogen te verbeteren.

Lui oog

Een lui oog is een achterstand in de ontwikkeling van het zien. Deze achterstand moet weer ingehaald worden. Afplakken van het goede oog met een oogpleister is de meest efficiënte behandelwijze voor een lui oog.

Een vroegtijdig gestarte behandeling die trouw wordt uitgevoerd leidt tot de beste resultaten. Of een oog gedurende een aantal uren per dag of de hele dag moet worden afgeplakt, is onder meer afhankelijk van de leeftijd van het kind en de mate van het luie oog.

De behandeling moet tot gemiddeld 8 jaar volgehouden worden om te voorkomen dat het oog opnieuw lui wordt.

Indien de sterkte van de brillenglazen daarvoor geschikt is, kan in plaats van het oog ook de bril afgeplakt worden. Het afplakken van het goede oog heeft geen invloed op de sterkte van de brillenglazen.

Verbeteren samenwerking

Een pleister wordt niet alleen gebruikt om een lui oog te verbeteren of te voorkomen, maar ook om het samenwerken van de ogen te verbeteren en daardoor soms scheelzien te voorkomen. Vooral na een operatie is het belangrijk dat een oog dat voorheen uitgeschakeld werd, gedwongen wordt om mee te kijken. Vaak is het afdekken van het goede oog gedurende een uur per dag voldoende om deze samenwerking tot stand te brengen.

Oogdruppels

Soms is het niet mogelijk een pleister op het oog te plakken, bijvoorbeeld bij sterke huidallergie. Oogdruppels zijn dan een alternatief. Met een pupilverwijdende druppel in het goede oog wordt dat oog voor het zien dichtbij uitgeschakeld.

Het luie oog wordt gebruikt bij het zien dichtbij, waardoor de gezichtsscherpte kan verbeteren. Omdat er nadelen zijn voor het samenzien van beide ogen, en in verband met mogelijke bijwerkingen van de oogdruppel, wordt deze behandeling niet vaak gebruikt.

 

Er zijn verschillende redenen om een bril voor te schrijven:

Scherper zien

Bij een matige of sterke bijziendheid wordt een min-bril gegeven, bij een sterke verziendheid een plus-bril en bij een ongelijke breking van het oog een cilinderbril.

Scheelzien

Bij een matige verziendheid moeten de ogen van het kind zich teveel inspannen om alles scherp te zien. Dit kan scheelzien veroorzaken. Een plus-bril kan het scheelzien verminderen of doen verdwijnen, waardoor het samenzien tussen de ogen zich herstelt.

Lui oog

Een verschil in brilsterkte kan ervoor zorgen dat het oog met de sterkste afwijking lui wordt. Een bril kan de oorzaak van het luie oog opheffen. Een sterke plus-bril of cilinderbril wordt ook gegeven om twee luie ogen te voorkomen of te genezen.

Hoofdpijn of dubbelzien

Als de samenwerking niet goed is, kan een prismabril de klachten verminderen of verhelpen.

Leesklachten

Vanaf de leeftijd van ongeveer 40 jaar neemt het vermogen om de ooglens te bollen af. Dit is een normaal verschijnsel. Een leesbril of leesdeel in de bril is dan nodig om dichtbij scherp te kunnen zien. Ook kinderen kunnen bij een lichte verziendheid gemak hebben van een plus-bril.

8 blikrichtingen

De patiënt volgt een lampje in 8 blikrichtingen. De orthoptist beoordeelt of de oogbewegingen symmetrisch en soepel verlopen. Er kan een toename of afname van zowel het horizontale als het verticale scheelzien te zien zijn.

Hess-scherm

Het Hess-scherm wordt gebruikt om de oogbewegingen in de verschillende richtingen vast te leggen. Dit onderzoek wordt verricht in een half donkere kamer en wordt vooral gebruikt als er sprake is van dubbelzien.

Veld van binoculair enkelzien

Wanneer een patiënt in bepaalde richtingen dubbel en in andere richtingen enkel ziet, kan dit met het veld van binoculair enkelzien vastgelegd worden.

Convergentie en accommodatie

Met een voorwerpje of testinstrument wordt bepaald of beide ogen tegelijkertijd voldoende naar de neus kunnen bewegen (convergeren). Ook het scherpstellen (accommoderen) kan hiermee bepaald worden.

Monoculaire volgbeweging

Terwijl één oog afgedekt is, wordt de volgbeweging van het andere oog beoordeeld. Wanneer deze beweging niet soepel verloopt, is de kans groot dat het oog lui is.

Samenwerking

Met deze testen worden de verschillende manieren waarop en de mate waarin de ogen met elkaar kunnen samenwerken bepaald:

Stereotesten

De hoogste vorm van samenwerken is het tweeogig dieptezien ofwel stereozien. Dit kan met behulp van verschillende stereotesten onderzocht worden. Voorbeelden zijn: Lang-test, TNO-test, Titmus-test en four dot-test. Naast stereotesten zijn er nog vele andere onderzoeken mogelijk die de mate van samenzien kunnen bepalen.

Gezichtsscherpte (visus) en de brilsterkte

Het zien, de gezichtsscherpte, wordt bij ieder oog afzonderlijk opgenomen. Afhankelijk van de leeftijd wordt de gezichtsscherpte opgenomen met:

- plaatjes

- symbolen

- cijfers of letters

De brilsterkte wordt bij kinderen en volwassenen op verschillende manieren opgemeten. Bij het aanmeten van kinderbrillen worden de ogen gedruppeld zodat de pupillen groter worden en de ogen niet meer kunnen scherpstellen (cycloplegie). Deze druppels geven een wat prikkelend gevoel en moeten een halfuur inwerken. De orthoptist bepaalt de brilsterkte door met een speciaal licht in het oog te schijnen. In het halfdonker wordt dan naar de veranderende reflectie in het oog gekeken door verschillende glazen voor te houden. Ook kan gebruik gemaakt worden van automatische refractometers. De werking van de oogdruppels duurt een dag. Het is dan ook te adviseren een zonnebril of zonneklep mee te nemen.

 
Reflexbeeldjes  

Met behulp van een lampje wordt gekeken of de reflexbeeldjes van dat lampje in de beide ogen wel of niet symmetrisch staan.

Afdektest    

Door afwisselend een oog af te dekken kan beoordeeld worden of er sprake is van scheelzien. Ook een verborgen vorm van scheelzien kan op deze wijze ontdekt worden. Bij kleine kinderen die nog niet kunnen spreken, en dus geen plaatjes kunnen benoemen, wordt aan de hand van de afdektest onderzocht of er sprake is van een lui oog.

Scheelzienhoek

De mate van scheelzien kan worden gemeten met het 'aapje', de synoptofoor (een instrument waarmee ook de samenwerking tussen de ogen onderzocht wordt), of met de prismalatten.

Deze laatste test kan op verschillende afstanden worden gebruikt. De mate van scheelzien wordt uitgedrukt in een "scheelzienshoek".

 

Als er iets mankeert aan de samenwerking tussen de ogen of aan de oogstand, wordt een orthoptist ingeschakeld.  U heeft nog nooit van een orthoptist gehoord? Dat kan, want het beroep van orthoptist is nog tamelijk onbekend, hoewel het geen nieuw beroep is is.

De orthoptist onderzoekt en behandelt:


· Scheelzien
· Brilafwijking
· Lui oog
· Dubbelzien
· Hoofdpijn
· Leesklachten
. Slechtziendheid

Op veel consultatiebureaus voor zuigelingen en kleuters worden tegenwoordig de oogjes volgens een vast onderzoeksprogramma nagekeken. Wanneer de bureau-arts twijfelt aan de stand van de ogen of aan de kwaliteit van het zien, stuurt hij het kind door naar de oogarts. De oogarts en samenwerkende orthoptist doen al bij jonge kinderen uitgebreid onderzoek naar de stand en de samenwerking van de ogen.

Ook worden de oogbewegingen onderzocht en wordt de gezichtsscherpte oog voor oog bepaald. De oogarts zal de ogen laten indruppelen om de pupillen te verwijden. Zo kan de oogarts de ogen van binnen bekijken en zien of de ogen gezond zijn. Daarbij wordt ook vastgesteld of er een brilcorrectie nodig is. De druppels zijn binnen enkele uren uitgewerkt.

Het onderzoek naar de oogstand bestaat uit de volgende onderdelen:

Bij de oogbewegingen wordt gebruik gemaakt van de volgende onderzoeken:

Behandeling door een orthoptist

Voor de meeste mensen met klachten op het gebied van de samenwerking van de ogen wordt een behandelplan opgesteld. De behandeling kan bestaan uit:

1. Het voorschrijven van een bril

2. Occlusie (afplakken met pleister)

3. Prisma in de bril

4. Oogspieroefeningen

Oogspieroefeningen worden vooral gegeven als er hoofdpijn of leesklachten zijn door een zwakke samenwerking van de oogspieren.

De oefeningen zijn erop gericht goed met beide ogen tegelijk naar de neus te kijken. Na instructie worden deze oefeningen thuis uitgevoerd. In eerste instantie kunnen de oefeningen de hoofdpijnklachten verergeren. Soms zijn extra oogspieroefeningen op de orthoptische afdeling noodzakelijk om de samenwerking te verbeteren. Ook na een scheelzienoperatie worden oogspieroefeningen meegegeven om de kans op vergroeiingen zo klein mogelijk te maken.

5. Oogspieroperatie - scheelzienoperatie

Bij een deel van de kinderen die scheelzien, moeten de ogen worden 'rechtgezet' door middel van een operatie.

Er wordt dan een oogspieroperatie verricht, waarbij de oogspieren die aan de buitenkant van de oogbol vastzitten, verzwakt of versterkt worden door ze te verplaatsen of in te korten.

Dit kan aan 1 of beide ogen gebeuren. De orthoptist en de oogarts bekijken een week voor de operatie wat er precies gedaan moet worden.

De Lairessestraat 59   1071 NT   Amsterdam   020-679 71 55   omca@me.com   www.omca.nl

De orthoptist is een paramedicus die verantwoordelijk is voor een specifiek gedeelte van het oogheelkundig onderzoek en de behandeling

Maandagavond

Woensdagmiddag

Caroline Schuijt, orthoptist

Voor kinderen en volwassenen met oogcoördinatieproblemen

De titel orthoptist is wettelijk beschermd. Onderzoek en behandeling worden door het ziekenfonds en particuliere verzekeraars vergoed.

De orthoptist is werkzaam in een oogheelkundige/orthoptische kliniek in een ziekenhuis of in een zelfstandig behandelcentrum (ZBC).

U kunt verwezen worden naar een orthoptist door een oogarts of een huisarts. De HBO-opleiding wordt gegeven aan de Hogeschool Utrecht (faculteit gezondheidszorg, afdeling orthoptie).